Achterstand of talent?
'We moeten het achterstandsbeleid vervangen door talentenbeleid!', zegt de beleidsmedewerkster met een veelbetekenende blik. Alsof door het uitspreken van deze zin een venster met uitzicht op een volledig nieuwe wereld is geopend. Alles zal anders worden. En natuurlijk veel beter.
Is het onzin, zo’n zin? Talenten in plaats van achterstanden? Niet helemaal, maar ook weer wel.
Niet helemaal omdat talenten meer pedagogisch optimisme uitstraalt. De nadruk op kansen en mogelijkheden. En niet op problemen en tekorten. En bovendien gaat het over alle kinderen, omdat alle kinderen een eigen groeipotentieel hebben. Dus heel goed, dat talentenbeleid.
Maar ontplooiing en ontwikkeling van alle kinderen is natuurlijk altijd al het doel van het onderwijs geweest. Van hele slimme kinderen en van kinderen met achterstanden en handicaps. Die opgave voor de man en vrouw voor de klas wordt niet anders, hoe we het beleid ook noemen. En bij sommige kinderen moeten we heel creatief zijn met materiaal en instructie om ze ondanks hun achterstand tot ontplooiing te brengen. En bij andere kinderen is de ontwikkelingscontext haast niet aan te slepen, omdat ze zo snel gaan. Dat gegeven is zo oud als het onderwijs zelf. Het eeuwige dilemma is vooral hoe we de beschikbare tijd en het beschikbare geld verdelen over de kinderen. Dat is voor een leerkracht, schoolteam en beleidsmaker de echte vraag.
Achterstandsbeleid vervangen door talentenbeleid? De achterstand van het onderwijsbeleid lijkt vooral het talent voor rare discussies te zijn.