sluit

Stuur door

NB: De ingevoerde informatie wordt NIET door ons bewaard voor commerciële doeleinden, maar uitsluitend gebruikt voor het versturen van dit mailtje.

Dictees en taalontwikkeling

Pas geleden schreef ik een dictee om te gebruiken bij een voorronde voor het Groot Kinderdictee der Nederlandse Taal. Je zult het maar leuk vinden. Nou, ik wel. In diezelfde periode beweerde iemand – een somtijds moeizame speller - in mijn omgeving dat spelfouten niet bestonden: dat waren geen fouten, dat was evolutie. Ik was toch al aan het schrijven dus ben er maar even mee verder gegaan om op een rijtje te zetten hoe dat zit volgens mijn. Sorry: mij.

Hoe zit het?
Taal ontwikkelt zich, dat is bekend. Als je in de middeleeuwen niet naar school wilde, zei je zoiets als:

‘Ik en wil niet naar school.’

Om een ontkenning aan te geven gebruikte de middeleeuwer de constructie ‘en ... niet’, maar geen Nederlander die dat nu nog zo zegt. De eerste laat-middeleeuwse leerling die ‘en’ wegliet, kreeg waarschijnlijk een corrigerende tik die flink uitsloeg op de schaal van Richter, maar de evolutie was niet tegen te houden.

Taalverandering gebeurt gewoon
Taalfouten zijn dus niet altijd fouten, maar kunnen er ook wel eens op wijzen dat iets in de taal aan het veranderen is. Op school leerde ik nog dat het meervoud van brandweerman ‘brandweerlieden’ was, maar tegenwoordig is ‘brandweermannen’ net zo goed toegestaan. Dat is misschien maar goed ook, want hoe minder uitzonderingen in de taal, hoe makkelijker. Je zou zeggen: hoe vaker een ‘taalfout’ gemaakt wordt, hoe meer er sprake is van een veranderend en uiteindelijk een algemeen geaccepteerd taalverschijnsel. Ik zou er niet van staan te kijken als over tien jaar ‘Hun hebben’ normaal is. Of dat niemand er nog moeite mee heeft als een brief ondertekend wordt met ‘XXX’. Vandaag de dag vinden veel Nederlanders dat nog ongepast, maar het is maar wat je gewend bent. De Fransen schrijven immers ook ‘Je t’embrasse’.

Nu zijn er twee dingen die vaak, maar niet terecht, op een hoop gegooid worden: taal en spelling. Taal en spelling zijn twee heel verschillende zaken. Taal ontwikkelt zich elke dag, en taalontwikkeling valt niet echt (bij) te sturen. Maar spelling berust op afspraken.

Spelling is afspraak en afspraken zijn handig
Ooit schreef iedereen zoals hij zelf dacht dat het duidelijk was. Er waren ook maar weinig lezers, er was geen boekdrukkunst, dus het maakte niet zoveel uit. Maar naarmate er meer mensen gingen lezen en schrijven werd het toch wel lastig. Het kon je gebeuren dat je een brief kreeg van iemand die woorden op een heel andere manier schreef dan jij gewend was. Dat was verwarrend, onhandig en slecht voor de vriendschap. Dus werden er afspraken gemaakt. Wel zo makkelijk.

Of ontwikkelt spelling zich ook? Kan er ook hier sprake zijn van evolutie? In een heel enkel geval wel. Nog niet lang geleden schreef men ‘Ik houd van jou’, maar er zijn er maar weinigen die dat zo uitspreken, dus het werd ‘Ik hou van jou’.

Helaas voor de creatieve spellers, maar aan de meeste spelfouten is echt geen evolutionair aspect te ontdekken. Denk aan dt-fouten, misschien de meest voorkomende. We kennen allemaal de volgende fenomenen (kijk maar eens rond op internet-discussiefora):
• Ik wordt
• Hij word
• Het betekend
Als hier sprake was van evolutie, dan zou er in deze spelfouten toch een of andere logica in te ontdekken moeten zijn. Logisch, evolutionair te begrijpen is het bijvoorbeeld om alles met een t te gaan schrijven. Maar dat is hier niet aan de orde.

Spelfouten kunnen zelfs regelrecht voor betekenisverschillen zorgen. Een lange afstandsloper is iets anders dan een langeafstandsloper. Een digitaal bordspel is iets anders dan een digitaalbordspel. Op de website van het Jeugdjournaal stond ooit de kop ‘Scheidsrechters te kort’. Ik vind ook dat scheidsrechters voor een beter overzicht op de wedstrijd niet lang genoeg kunnen zijn, maar ik wil maar zeggen: ook over het schrijven van samengestelde woorden zijn afspraken gemaakt, met het doel om onbegrijpelijk Nederlands tegen te gaan.

Dus
Dus, taal ontwikkelt zich. Je kunt daar niet tegen zijn. Spelling is een afsprakensysteem (http://woordenlijst.org) dat vooral goed werkt als iedereen zich eraan houdt. De meeste spelfouten hebben helemaal niets met taalevolutie te maken. Dictees zullen nog wel even blijven bestaan en dat je daar een leuke wedstrijd van kunt maken is mooi meegenomen.