Onderzoek naar effecten van VVE
Er wordt in Nederland regelmatig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie. Onlangs kwamen er negatieve geluiden uit een onderzoek naar VVE-instellingen in Oosterhout en Den Bosch. Krantenkoppen als 'VVE werkt niet in Oosterhout' hebben veel onrust veroorzaakt. Maar wat is er precies aan de hand en is die onrust wel terecht?
Het onderzoek
Het SCO-Kohnstamm-instituut heeft op verzoek van een schoolbestuur in Oosterhout een onderzoek verricht om de VVE-aanpak zoals die in Oosterhout vanaf het schooljaar 2006-2007 is uitgevoerd te evalueren. De effectiviteit van deze aanpak werd hiertoe vergeleken met de effectiviteit van ‘ouderwetse’ peuterspeelzalen in Den Bosch. Daarnaast is onderzocht welke kenmerken van peuterspeelzalen/instellingen, van pedagogisch medewerkers en van de gehanteerde werkwijze nu samenhangen met de ontwikkeling van taal- en telvaardigheid en met veranderingen in de sociaal-emotionele gesteldheid van peuters.
Eén van de conclusies uit het onderzoek is dat de VVE-aanpak in Oosterhout weinig effect heeft. Het zou voor de peuters in Oosterhout niet uitmaken of ze een gewone peuterklas of een VVE-instelling bezoeken.
De media zijn met deze conclusie aan de haal gegaan en roepen om het hardst dat VVE in Nederland geen effect heeft. Dat is voorstelbaar maar spijtig, want er zijn nogal wat kanttekeningen bij het onderzoek te plaatsen.
Reactie staatssecretaris Dijksma
Staatssecretaris Dijksma heeft inmiddels naar aanleiding van kamervragen een schriftelijke reactie gegeven. Zij benadrukt hierin dat men zeer voorzichtig moet zijn om conclusies uit het onderzoek in Oosterhout en Den Bosch door te trekken naar de landelijke situatie. In een brief aan de Tweede Kamer zet zij uiteen waarom dit niet zomaar kan en waarom de overheid blijft investeren in VVE en in projecten als Vversterk. Vaststaat namelijk dat VVE wel degelijk effectief is als het intensief wordt uitgevoerd door deskundige en professionele pedagogisch medewerkers. En dus pleit de staatssecretaris voor het continueren van het ingezette beleid om de VVE-uitvoering te verbeteren en om uitgebreid meerjarig onderzoek op te zetten.
Kanttekeningen onderzoek
Nog even terug naar het onderzoek. De onderzoekers brengen zelf nuances aan bij de conclusies die zij trekken. Nuances die in de pers zijn verdwenen. Zo melden zij dat het hier gaat om kleinschalig onderzoek dat gedurende slechts één schooljaar is uitgevoerd. Terwijl het van belang is dat kinderen meerdere jaren worden gevolgd omdat VVE een investering is die meerjarig rendement kan hebben.
Daarnaast waren er in het onderzoek zeer weinig peuters die deelnamen aan de programma’s als bijvoorbeeld Puk & Ko en Piramide. Conclusies over beperkte effecten van deze programma’s zijn dan ook twijfelachtig. Voor een representatiever beeld zouden er bij het uitvoeren van het onderzoek veel meer peuters betrokken moeten worden.
Ook ontbreekt er in het onderzoek informatie over de wijze waarop VVE is ingevoerd op de onderzochte locatie. Uit diverse eerdere onderzoeken blijkt namelijk dat het bij het aanbieden van VVE noodzakelijk is dat de programma’s worden uitgevoerd onder goede condities.
Deze condities zijn een gedegen trainingscomponent met betrekking tot het programma en gekwalificeerd personeel, intensiteit (vier dagdelen per week) en een doorgaande lijn, kleine groepen en een dubbele bezetting. Daarnaast zijn ook ouderbetrokkenheid, inzetten van een observatie- en toetssysteem en professionaliteit van de uitvoerders van groot belang. In het rapport van het onderzoek in Oosterhout wordt hierover niet gerapporteerd. De onderzoekers geven zelf al aan dat dit ook niet het doel van het onderzoek was. Duidelijk is wel dat de invoering slechts het schooljaar 2006-2007 besloeg. Dat is kort. In 2007-2008 werden al de metingen verricht. Onduidelijk blijft bovendien welke maatregelen nu precies onderdeel waren van de interventie en hoe de intensiteit ervan was. Terwijl dát nu juist cruciaal is voor de effectiviteit van VVE. In dit verband is opmerkelijk dat de pedagogisch medewerkers in Oosterhout niet zijn gecertificeerd door de opleiders van Puk & Ko of van Kaleidoscoop. Slechts drie Oosterhoutse scholen beschikken over een Piramide-certificaat. Het is dus zeer de vraag of de programma’s overeenkomstig de bedoelingen werden uitgevoerd.
Vervolgonderzoek noodzakelijk
De CED-Groep is van mening dat er uit dit onderzoek niet geconcludeerd mag worden dat VVE niet werkt. Wel bevestigt het onderzoek dat de professionaliteit van de pedagogisch medewerkers van groot belang is voor het slagen van het werken met VVE. De bestaande VVE-programma’s zijn kwalitatief goed, maar als niet strak wordt vastgehouden aan de voorwaarden en eisen van de VVE-programma’s betekent dit dat er concessies worden gedaan aan de kwaliteit. Kinderen gaan bijvoorbeeld niet de voorgeschreven vier dagdelen naar de peuterspeelzaal, maar slechts drie. Of er zijn niet permanent twee pedagogisch medewerkers aanwezig, of er zitten te veel kinderen in een groep, of de pedagogisch medewerkers zijn niet gecertificeerd, etc. De interventie wordt hierdoor vele malen minder krachtig.
Vve móet effectief zijn voor alle peuters. Daarom moet er geïnvesteerd worden in verder onderzoek naar de beste VVE-methodes, bijscholing van pedagogisch medewerkers die met de programma’s werken en aansluiting op de thuissituatie van het kind via opvoedondersteuning.
Lees meer
Brief aan Tweede Kamer ‘Schriftelijke reactie onderzoek vve’ (5 maart 2009)
Persbericht SCO-Kohnstamm instituut over onderzoek Oosterhout
Rapport NJI ‘Effectiviteit van vve-programma’s in Nederland’ (2009)