Terug van de IPON
Dat je met lichte hoofdpijn terugkeert na een dagje Jaarbeurs is misschien onvermijdelijk. Er zijn daar waarschijnlijk heel veel ventilatoren maar die zitten allemaal in computers en beamers.
Ik heb het over de IPON 2010, de tweedaagse beurs over Onderwijs en ICT op 10 en 11 maart 2010. Ik was er één dag en nu rest mij de taak te reflecteren op wat ik gezien, gehoord, bemerkt, begrepen, niet begrepen, vastgesteld en opgepikt heb. De CED-Groep stuurt mij natuurlijk niet een hele dag naar een onderwijsbeurs om alles voor mezelf te houden.
Nog steeds
Dus wat kan ik zeggen? Nog steeds: digiborden. Digiborden. Digiborden. Maar het verhaal is anders geworden. Het is niet meer: dit is ons bord en het is het beste bord want het is een zacht/hard bord. Of: het is het beste bord want de software is gebruiksvriendelijk/net als Windows/juist geen Windows/uitgebreider dan bij de andere merken/lekker simpel. Natuurlijk, de software bij de borden (Notebook, ActivInspire, Interwrite, HD enz.) heeft nieuwe versies gekregen. Mooier, gebruiksvriendelijker, meer mogelijkheden. Dus: updaten en rap!
Maar daarnaast moest die software ook wel bijgewerkt worden want anders zouden de nieuwe toepassingen er niet op draaien. Elk bord heeft nu bijvoorbeeld zijn eigen stemkastjes. Stemkastjes is eigenlijk een te oneerbiedig woord, want het zijn nu handhelds met display en uitgebreide kiesmogelijkheden. Soms doen ze denken aan een Playstation Portable. Of het zijn werkborden van zo’n 30 x 40 cm waarop het veel prettiger werken is.
Stemkastjes
De manier waarop de leraar de stemresultaten kan inzien is geavanceerder geworden. Stel, je geeft de leerlingen een serie opgaven die ze kunnen beantwoorden met hun stemkastjes. Als leerkracht kun je live (en achteraf, maar dat kon al) zien hoe lang elke leerling erover doet om te antwoorden en of ze dan een fout of goed antwoord geven. Dat geeft je de kans meteen feedback te geven. Je ziet wie snel klaar is, die kun je snel nog wat extra’s geven. En de leerlingen die van de 10 vragen de eerste vijf fout hebben die hoeven de andere vragen niet te maken. Die vraag je even bij je te komen voor misschien wat extra instructie. Heel veel praktische onderwijsvoorbeelden kunnen de leveranciers van deze en andere apparaten nog niet geven trouwens. ‘Dit product staat nog aan het begin van de ontwikkeling’ heet het dan.
En nog veel meer
Ik wilde ook nog vertellen over de multi-touchtafel die weer aanwezig was, over documentcamera’s en LCD-schermen, over een veelbelovende digitale werk/leeromgeving voor de basisschool (online, niets installeren), over een goed verhaal dat ik hoorde over mediawijsheid en de 23 OVC dingen, over dat iedereen die mediawijsheid-lesideeën heeft die op www.mediawijzer.net mag plaatsen en over erg leuke kleine computertjes, ideaal voor gebruik door leerlingen. Dat komt een volgende keer dus.
Conclusies?
Ik heb veel mensen gesproken, en allemaal zijn ze het eens: wat we op zo’n beurs zien zijn technische hulpmiddelen. Maar onderwijs met die middelen, dat moet de onderwijsman/vrouw voor de klas zelf maken. Dat vraagt om creativiteit, samenwerken en kennisdelen. Mooi toch?