Content
Het Raamwerk Nederlands
Veel scholen werken aan doorlopende leerlijnen vmbo-mbo. Bij het vak Nederlands leverde dat problemen op, aangezien er geen gemeenschappelijk kader was om te praten over taalniveaus. Om die reden heeft Cinop het Raamwerk Nederlands ontwikkeld, in het kader van het Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 ‘Van A tot Z betrokken’ van het ministerie van OCW. Het Raamwerk Nederlands werd gelanceerd op 13 december 2007. Het beschrijft wat leerlingen qua taal op een bepaald niveau kunnen. Het kan voor verschillende doelen gebruikt worden, bijvoorbeeld voor diagnostiek, voor het uitzetten van doorlopende leerlijnen, als basis voor materiaalontwikkeling en als basis voor de ontwikkeling van taalprofielen.
Wat doet het raamwerk?
Het Raamwerk Nederlands beschrijft de verschillende niveaus en bijbehorende taalvaardigheden conform de indeling van het CEF. Een verschil met de CEF-indeling is dat bij lezen en luisteren ook de tekstkenmerken worden beschreven. Bovendien loopt het kader van A2 tot C1. De niveaus A1 en C2 zijn niet meegenomen omdat er van uitgegaan wordt dat deze uitersten niet in het vmbo en mbo voorkomen. Per niveau wordt in het Raamwerk Nederlands nauwkeurig aangegeven wat een leerling aan de hand van de verschillende taalvaardigheden met dat specifieke niveau moet kunnen. Op die manier wordt snel duidelijk op welk niveau een leerling zich op een bepaald moment bevindt en wat die leerlingen nog moet doen om de niveaueisen te halen zoals die in de examinering zijn vastgelegd. Leerlingen kunnen in een portfolio bewijzen verzamelen die aangeven op welk niveau zij zich bevinden. Zo wordt het niveau van de leerling zichtbaar voor iedereen die bij deze leerling betrokken is.
Een taalportfolio biedt voor mbo-scholen waardevolle informatie. Het taalniveau waar de leerling op moet uitkomen is vastgelegd in het taalprofiel van de mbo-opleiding die de leerling gaat volgen. Dit taalprofiel beschrijft de taalvaardigheden die de leerling in het kader van de beroepscompetenties nodig heeft. Aan de hand van de bewijsstukken in het portfolio kan worden vastgesteld wat een leerling nog moet doen om het streefniveau te halen.
Achtergronden van het raamwerk
Het Raamwerk Nederlands is gebaseerd op het CEF: het Common European Framework of Reference for Modern Languages ofwel het Europees Referentiekader voor Talen. Het hanteert eenzelfde indeling als het CEF. Er bestond al een Raamwerk NT2, dat ook op het CEF was gebaseerd. Waarom nu dan nog een raamwerk?
De raamwerken die al bestonden zijn ontwikkeld als instrumenten voor taalgebruikers van een vreemde of tweede taal, niet van de moedertaal. Deze raamwerken sloten dan ook niet goed aan op het Nederlands in het vmbo en mbo. Docenten hebben echter een herkenbare niveauomschrijving van taalvaardigheid nodig om te zien of leerlingen ook daadwerkelijk op het goede niveau zitten. Uit onderzoek blijkt namelijk dat een derde deel van de leerlingen in het mbo de eindstreep niet haalt door onvoldoende kennis van het Nederlands.
Verder verdiepen
• Het Raamwerk Nederlands vmbo-mbo is te downloaden via www.mboraad.nl > Publicaties. Meer informatie is te vinden op www.taalinmbo.kennisnet.nl.
• Zie ook I. Schot en C. Kuijpers, Nederlands in het (v)mbo. Een adequaat beschrijvingskader, in Les 149 (2007), p. 34-36.