Digibord een miskoop?
In het Amerikaanse Teacher Magazine stond op 27 januari 2010 een bijzonder artikel. Leerkracht Bill Ferriter (groep 8) wilde iets kwijt. Meteen ter zake komen dacht hij, en hij perste er de volgende titel uit: ‘Why I Hate Interactive Whiteboards’.
Interactive whiteboards? Ja, dat is wat wij in Nederland ‘digi borden’ noemen. Hate? Inderdaad. (Hate = een hekel hebben aan).
Een opmerkelijk geluid. Wij horen hier voortdurend leerkrachten zeggen: ‘Ik zou niet meer zonder kunnen,’ en dan blijkt er toch iemand te zijn die een hartgrondige hekel heeft aan deze wonderen . Misschien bedoelt hij – proberen we nog – dat digiborden niet goed gebruikt worden omdat de leerkrachten er nog niet op geschoold zijn? Nee, maakt hij duidelijk. Zelfs als je er tijd en training in stopt, is het nog steeds een onverantwoorde aanschaf. Hij heeft er zelf een jaar mee geëxperimenteerd en toen zijn bord maar weggegeven.
Ideaal onderwijs
Wat is zijn probleem? Bill Ferriter vindt: de ideale onderwijssituatie is die waarin actieve leerlingen in groepjes bezig zijn op een samenwerkende en ontdekkende manier kennis te verwerven. Dat is inderdaad een mooi beeld. Als je je onderwijs zo kunt organiseren dat je regelmatig dergelijke situaties kunt scheppen, waardeer ik dat. Maar laten we eens kijken naar groep 3. Als voorbeeld. Wanneer we kinderen willen leren lezen, zetten we hen dan in groepjes om zelf te ontdekken hoe de letters uitgesproken moeten worden, hoe woorden klinken en wat de spellingregels zijn? Dit is een retorische vraag en ik stap daarom meteen door naar de conclusie: we hebben van tijd tot tijd ook instructiemomenten nodig! Hoe we het ook draaien of keren, die instructiemomenten zijn vaak heel effectief met een leerkracht die voor de groep staat. Iedere leraar weet dat de instructie niet te lang mag duren en dat je er alle leerlingen bij moet betrekken. Als je dat doet, en je gebruikt er een digibord bij, ben je spekkoper.
PR
Ferriter vindt dat schooldirecteuren digiborden aanschaffen vanwege PR-redenen: ze denken niet na over de vraag of het wel bij hun onderwijs past. Ze hebben helemaal niet de bedoeling onderwijs te veranderen. Natuurlijk speelt dat mee. Als je als school nu nog geen digibord hebt hangen, gaan de ouders naar je wijzen. ‘Zie je die school daar? Wist je dat…?’ Dus ongetwijfeld gaan scholen snel over tot aanschaf en ontdekken ze daarna dat er toch nog wat onopgeloste vragen liggen. Maar dan maak je van de nood een deugd: doordat je al een digibord hebt hangen, wordt het makkelijker om keuzes te maken: hoe gaan we de borden, waar we nu ervaring mee hebben opgedaan, inzetten in ons onderwijs? Zet de voordelen op een rij:
• Krachtigere uitleg (sneller en beter door multimedia: tekst, beeld, geluid),
• Gemotiveerde leerlingen en leerkrachten,
• Al je materiaal opslaan en altijd beschikbaar hebben.
En ga aan de slag.
Veel scholen doen dat ook, nadenken over wat je met een digibord kunt. Dat zie je in de verschillen tussen scholen. Sommige hangen de borden eerst in de onderbouw, andere starten met de bovenbouw. Vele vervangen het krijtbord door het digibord, maar sommige hangen het digibord aan de zijkant en laten het krijtbord voorlopig hangen.
En werkt het? Pas nog hoorde ik dit op een school: ‘Als ik voor het bord sta, roepen de kinderen meteen: “Juf, ik kan het niet zien!” Dat zeiden ze bij het krijtbord nooit!’