Onderwijsassistent woordenschatcompetent (po)

Groep5 327

In deze praktische cursus komen de diverse inzichten op het gebied van woordenschatdidactiek en -uitbreiding aan de orde. Op welke manieren leert een kind woorden? Op welke manieren kun je hier op aansluiten in je dagelijkse omgang met de kinderen? Hoe kun je differentiëren in de verschillende niveaus in de groep? Al deze vragen komen in de cursus aan bod.

Ik wil een teamtraining voor mijn school. icon-arrow-right

In deze praktische cursus komen de diverse inzichten op het gebied van woordenschatdidactiek en -uitbreiding aan de orde. Op welke manieren leert een kind woorden? Op welke manieren kun je hier op aansluiten in je dagelijkse omgang met de kinderen? Hoe kun je differentiëren in de verschillende niveaus in de groep? Al deze vragen komen in de cursus aan bod.

Inhoud

  • selecteren van woorden en de vier didactische stappen
  • differentiëren tussen diverse kinderen
  • werkvormen voor inslijpen van nieuwe woorden
  • transfer naar de dagelijkse praktijk en alle schoolse vakken

Resultaat

  • Je kent het belang van woordenschatonderwijs.
  • Je kent de doelstellingen van goed woordenschatonderwijs.
  • Je kunt de drie leerstrategieën voor het aanleren van nieuwe woorden toepassen.
  • Je kunt een onderbouwde keuze maken in de woorden die worden aangeboden.
  • Je kent de vier stappen van de woordenschatdidactiek (theorie van Verhallen: viertaktmodel) en kunt die toepassen bij de woordenschatwerkwijze in de taalmethode en in de zaakvakken.
  • Je hebt een plan van aanpak gemaakt voor het woordenschatonderwijs in je eigen groep.

Extra informatie

Tijdens deze cursus wordt gebruik gemaakt van het boek Met woorden in de weer van Marianne Verhalen en Dirkje van den Nulft. Je krijgt dit boek bij de eerste bijeenkomst uitgereikt.

P1201/S1501