Een vve-programma kiezen dat past bij jouw organisatie
Twijfel je welk vve‑programma het beste past bij jullie organisatie? Veel organisaties herkennen deze vragen:
- Hoe weet ik welk erkend vve‑programma aansluit bij onze visie en manier van werken?
- Wat is het verschil tussen de programma’s en wat betekent dat voor onze doelgroep?
- Hoe maak ik een onderbouwde keuze die werkt voor zowel professionals als kinderen?
Een greep uit de vve-programma's die onze gecertificeerde adviseurs kunnen helpen invoeren:
Oriëntatie-scan vve
Vul de scan in en ontvang concrete informatie en gericht advies. Na het invullen ontvang je direct een inkijkje in de mogelijkheden.
Start scan
Samen verder
Loop je vast in de keuze voor een vve-programma? Of heb je vragen over vve-programma’s of de implementatie ervan? Wij helpen je graag bij het maken van een keuze en bij het succesvol invoeren in de praktijk.
Veelgestelde vragen over vve-programma’s
Een vve-programma ondersteunt de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 7 jaar, met extra aandacht voor kinderen met (risico op) een ontwikkelingsachterstand. Door gerichte begeleiding werken kinderen aan belangrijke vaardigheden die nodig zijn voor een goede start in groep 3. Deze ondersteuning verkleint de kans op achterstanden op latere leeftijd en draagt bij aan gelijke ontwikkelkansen voor alle kinderen.
Vve is niet wettelijk verplicht voor alle organisaties, maar gemeenten kunnen voorschrijven dat kinderen vanaf een bepaalde leeftijd begeleiding via een vve-programma krijgen. Het doel is altijd om achterstanden te voorkomen en gelijke ontwikkelkansen voor jonge kinderen te bieden.
Voorschoolse educatie (vve) is voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar en vindt plaats in kinderopvang of peuterspeelzaal. Het richt zich op taalontwikkeling, sociale vaardigheden en voorbereiding op de basisschool. Vroegschoolse educatie is voor kinderen van 4 tot 7 jaar, meestal op school, en bouwt voort op deze basis. Zo ontwikkelen kinderen vaardigheden voor een goede start in groep 3.
In opvang ligt de nadruk op spelend leren en dagelijkse routines, terwijl onderwijs meer structuur, instructie en thematisch werken biedt. Beide vormen ondersteunen brede ontwikkeling en een soepele overgang naar groep 3.
Erkende vve-programma’s voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria en zijn bewezen effectief. Het is niet verplicht, maar wel aan te raden om kwaliteit, samenhang en effectiviteit te waarborgen. Organisaties kunnen daarnaast aanvullende programma’s inzetten die passen bij hun context en doelen.
Ja, vve-programma’s zijn zeer geschikt voor IKC’s. Ze stimuleren de brede ontwikkeling van jonge kinderen en versterken de doorgaande lijn tussen opvang en school. Zo ontstaat samenhang tussen onderwijs en opvang, afgestemd op de visie van de IKC en de ontwikkelbehoeften van de kinderen.
Kijk naar de visie van de organisatie, de kenmerken van de kinderen en de samenwerking tussen opvang en school. Een adviestraject helpt om inzicht te krijgen en een vve-programma te kiezen dat aansluit bij de organisatie en de ontwikkelbehoeften van kinderen.
De doelgroepdefinitie geeft aan welke kinderen in aanmerking komen voor vve. Meestal gaat het om kinderen die extra ondersteuning nodig hebben in taal, rekenen of sociaal-emotionele vaardigheden, zodat zij een goede start in groep 3 maken.
De gemeente stelt richtlijnen voor welke kinderen vve krijgen. Binnen die kaders bepalen organisaties (opvang of school) welke kinderen extra begeleiding ontvangen, vaak in overleg met ouders, professionals en het consultatiebureau dat signalen geeft over ontwikkelingsrisico’s bij jonge kinderen.