Svh O 2025

Dit is de Staat van het Jonge Kind

Wat betekent de Staat van het Onderwijs 2025 voor het jonge kind? Veel wat geldt voor het primair onderwijs, geldt ook voor het jonge kind. Tegelijkertijd laat de Staat van het Onderwijs van 2025 zien dat deze groep nog relatief weinig expliciet in beeld is binnen het rapport. Het is waardevol om te kijken naar wat wél zichtbaar is: sterke praktijken, groeiende aandacht en duidelijke kansen om het onderwijs voor jonge kinderen verder te versterken.

De belangrijkste kansen 

1. Zicht op ontwikkeling is van grote invloed 

Uit het rapport van de Staat van het Onderwijs 2025 blijkt dat kinderen met een grote diversiteit in ontwikkeling de scholen binnenkomen. De uitdaging voor de scholen is om deze zeer diverse groep in de kleuterperiode voldoende basis te geven om succesvol te starten in groep 3. Hierbij ligt de aandacht op een sterke basis in alle leer- en ontwikkelingsgebieden, vanuit een breed en samenhangend aanbod dat de ontwikkeling van het hele kind centraal stelt.   

2. Basisvaardigheden vragen om blijvende aandacht in de onderbouw 

De meeste herstelopdrachten binnen de scholen liggen op basisvaardigheden (58%). In de onderbouw is er uiteraard veel aandacht voor de basisvaardigheden. De taal- en rekenontwikkeling lopen als een rode draad door alle activiteiten heen.  Daarnaast zien we in de onderbouwgroepen veel aandacht voor burgerschap. Samen leren werken, spelen en leren in de mini-maatschappij van een klas is een rijke leeromgeving om burgerschap in te ontwikkelen.  

Het is belangrijk dat leerkrachten weten hoe de ontwikkeling van kinderen verloopt en hoe zij die optimaal kunnen stimuleren. Het inzetten van passende activiteiten, verwerking en vertaling in het spel en de hoeken vraagt voortdurende observatie van de groep om een optimaal aanbod te kunnen samenstellen.   

3. Lesgeven vanuit doelen is in opmars 

Een positieve ontwikkeling is dat lesgeven vanuit doelen en betekenisvol leren steeds vaker wordt toegepast in de scholen. Onderbouwleerkrachten en pedagogisch medewerkers hebben al veel expertise op dit gebied. Spelend leren, werken met thema’s en leren vanuit doen sluiten goed aan bij wat jonge kinderen nodig hebben. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak tijd, doordachte keuzes en scherp zicht op doelen.   

Om meer vanuit doelen te werken en niet vanuit het volgen van methodes, is veel expertise nodig rondom de ontwikkeling van kinderen om goede gefundeerde keuzes te kunnen maken. Met goede begeleiding kunnen scholen deze ontwikkeling verder versterken en duurzaam borgen.   

4. De onderbouw is een voorbeeld in het werken aan mondelinge taalvaardigheid  

De onderbouw laat zien hoe krachtig gericht werken aan mondelinge taalvaardigheid kan zijn. Bijna 70% van de schoolleiders geeft aan dat hun onderbouwteams goed zicht hebben op de verschillende domeinen van mondelinge taalvaardigheid en deze ook doelgericht volgen en aanbieden. Deze expertise biedt kansen om door te trekken naar de hogere groepen, waar het lastiger is goed zicht te houden op de mondelinge taalontwikkeling van leerlingen. 

Mondelinge taalvaardigheid is een belangrijk element van schoolsucces en vraagt dus om gerichte aandacht van de leerkrachten.   

5. Bereik van de voorschool groot, maar het beoogde effect vraagt aandacht 

Het bereik van de voorschool is behoorlijk groot: 76% van de doelgroepkinderen wordt bereikt. Dit betekent dat deze kinderen één of meerdere dagdelen gebruik maken van de voorschool. (data 2024). Dat is een belangrijk resultaat. Tegelijkertijd zit er verschil tussen bereik en daadwerkelijk effect, bijvoorbeeld als kinderen minder dagdelen deelnemen dan gewenst zou zijn voor hun ontwikkeling.  Hier ligt een gezamenlijke opgave voor voorscholen, gemeenten en partners om verder te bouwen aan een sterke start voor alle jonge kinderen.  

Wat betekent dit voor scholen en partners? 
De Staat van het Onderwijs laat zien dat er al veel deskundigheid aanwezig is, vooral in: 

  • het volgen van ontwikkeling
  • werken aan basisvaardigheden
  • doelgericht en betekenisvol lesgeven
  • het versterken en volgen van mondelinge taalvaardigheid 

De uitdaging zit in het versterken, verbinden en borgen van deze kwaliteiten over groepen en partners heen. 

Heldere richting 

De richting is positief en gericht op groei en ontwikkeling. Met aandacht voor zicht op ontwikkeling, doelgericht werken en een doorgaande lijn in ontwikkeling, kunnen scholen en opvang samen bouwen aan een stevige basis voor jonge kinderen. De nieuwe kerndoelen sluiten hier goed bij aan en bieden houvast voor verdere ontwikkeling. 

Mooi om mee te nemen bij de onderbouwde plannen voor de structurele bekostiging basisvaardigheden.

Charlotte van den Oudenalder 1

Sparren over je onderwijs?

Charlotte van den Oudenalder gaat graag met je in gesprek

x